Stofwisselingsleer

Wanneer je voedingspatroon verkeerd is, hebben medicijnen geen zin;
wanneer je voedingspatroon goed is, zijn medicijnen niet nodig.

– oude Chinese spreuk

 

Het bepalen van je stofwisseling, wat is dat en waarom is dat zo van belang?

Voedsel is de krachtigste ‘drug’ op deze aarde. We eten meerdere keren per dag, elke dag van je leven. Voeding bevat honderden en honderden verbindingen die je lichaam gebruikt als ‘brandstof voor het leven’, maar… wat voedsel is voor de een, is vergif voor een ander. Je eten kan je medicijn of je gif zijn. Het heeft de kracht om te genezen, maar ook de kracht om je ziek te maken wanneer je voedsel eet, dat niet goed voor je is.

Het is niet alleen wat je eet, het is ook in welke verhoudingen je macronutriënten (eiwitten, vetten en koolhydraten) consumeert. Je kan je energie maximaliseren, topprestaties ontwikkelen, je eetlust normaliseren en emotioneel stabiel zijn. Na het eten zou je een verhoging van je energie, een normalisering van je stemmingen en een voldaan gevoel moeten hebben.

Als je je echter binnen 1-2 uur na het eten vermoeider voelt, je humeur verslechtert, je nog steeds honger hebt, naar snoep verlangt of het gevoel hebt dat je een opkikkertje nodig hebt, dan is er iets mis in de verhouding van eiwitten, vetten en koolhydraten van wat je eet, en moet je die opnieuw instellen. Naar dat alles kijken we bij de Stofwisselingsleer.

Waarom werken zoveel diëten niet?

Macrobiotisch, raw food, biologische voeding, cardiovasculaire diëten, diëten voor kankerpreventie, diëten voor atleten, diëten voor vrouwen, diëten om het verouderingsproces te vertragen, diëten om de immuniteit te versterken, diëten om depressie of vermoeidheid te bestrijden, cholesterolvrije diëten, hypoglycemische diëten, enzovoort, enzovoort. De Stofwisselingsleer geeft op die vraag antwoorden.

Je gaat kijken naar wat jij kan verteren – en dat is voor iedereen anders – en niet naar wat is ‘bedacht’. Globaal gezegd zijn er vijf verschillende typen stofwisseling, die genetisch vastliggen. Als je weet welk type jij bent, dan kan je daar je voedsel en eetpatroon op afstemmen en in een goede gezonde natuurlijke balans komen, die bij jou past.

Wat is er mis met eiwitrijke diëten? Of koolhydraatrijke diëten?

Er is niets mis met deze diëten. Ze kunnen en doen goed werk voor sommige mensen. Het probleem is echter dat gestandaardiseerde of ‘one-size-fits-all’ diëten alleen werken voor die mensen die toevallig een stofwisseling hebben, die aansluit bij die benadering.

Het is de ervaring van de Stofwisselingsleer dat een eiwitrijk, vetrijk dieet kan leiden tot gewichtsverlies en een lager cholesterolgehalte, maar net zo goed tot obesitas en een te hoog cholesterol, wanneer de gebruiker een stofwisseling heeft, die niet bij dat dieet aansluit. Er bestaat geen dieet dat voor iedereen goed is, ook al is dat het uitgangspunt van vrijwel alle voedingsleren en diëten.

De stofwisselingsleer is een geavanceerde, maar zeer eenvoudige en toegankelijke methode die iedereen kan gebruiken om snel zijn individuele voedingsbehoeften nauwkeurig te beoordelen en zo de overvloed aan informatie van verwarrende feiten en meningen te doorbreken.

De leer van de stofwisseling (ook wel Metabolic Typing® genoemd) is op basis van 70 jaar onderzoek en praktijkervaring ontwikkeld en heeft daarin bewezen dat gezondheid en welzijn enorm toenemen van hen die gaan eten volgens hun type stofwisseling. Die ervaringen en dat onderzoek hebben tot een degelijke wetenschappelijke basis geleid, maar ook tot een helder en makkelijk te begrijpen visie op wat voedsel is, en hoe een lichaam dat verwerkt.

De Stofwisselingsleer is geen ‘giswerk’ of een bedacht concept. Als je echt een betere gezondheid wilt, heb je een individuele benadering van je dagelijkse voeding nodig. Eentje die iedereen voorziet van de juiste voeding voor zijn of haar lichaam. De leer van de Stofwisseling zorgt hiervoor. Het voorkomt de valkuil van de moderne voedingstrends die niet geschikt zijn voor iedereen en daardoor alleen maar verwarring veroorzaken.

Een stukje geschiedenis

Onderzoek toont aan dat wij mensen genetisch van elkaar verschillen en voedsel op een eigen manier in ons lichaam omzetten (metaboliseren), ook wel stofwisseling genoemd.

Toen de moderne Homo sapiens het Afrikaanse continent ongeveer 100.000 jaar geleden verliet en zich over de wereld verspreidde, vond hij steeds ander voedsel afhankelijk van de plek waar hij kwam, en moest hij zich daaraan aanpassen. Het varieerde van fruit en wortels in India tot bijna uitsluitend dierlijk voedsel in de lange ijstijden of in het noordelijke poolgebied. Gedurende vele generaties hebben mensen hebben zich aangepast aan het voedsel in hun habitat. Dat gebeurde niet in één mensenleven, maar langzaam gedurende vele generaties, zodat de mensen uiteindelijk dat konden verteren wat in hun omgeving aan voedsel aanwezig was. Zo ontstonden ‘stofwisselingstypen’.

Als de voedselvoorziening overeenkwam met hun stofwisselingstype, waren mensen voller, gelukkiger en gezonder dan degenen die van een ander type waren. Natuurlijke selectie heet dat. Zij waren beter in staat om hun genen door te geven en kregen gezondere kinderen. In India bijvoorbeeld, zijn de mensen van het ‘koolhydraattypen’, die het goed doen op linzen en rijst – het meest voorkomende voedsel aldaar -, terwijl in het koude noorden de ‘eiwittypes’ het goed doen, omdat daar wel vet vlees, maar weinig groente voor handen is.

In de huidige tijd waarin mensen zich vaak verplaatsen, is het niet meer meteen duidelijk wie wat moet eten, en welke voeding het meest geschikt is. De mensen zijn mobiel geworden, zij zijn overal gaan wonen en de bevolking is gaan mengen, maar hun stofwisseling is nog steeds van een bepaald type en dat verandert niet in één mensenleven.

De levensmiddelenhandel biedt echter alles te eten aan en dat leidt tot verwarring. Wat is nu het meest geschikte voedsel voor wie?
Mensen verschillen dus in hun voedingsbehoeften en hun metabolisme. Hoe meer we weten over de metabole types, hoe beter we de voeding op de individuele stofwisseling van een persoon kunnen afstellen.

Stofwisseling

Voor een goede en maximale opname van voeding en het versterken van onze spijsvertering is al decennialang klinisch onderzoek gedaan door verschillende artsen, scheikundigen, psychologen, diëtisten en tandartsen in de VS.

Op basis van hun onderzoek kunnen we drie stofwisselingstypes onderscheiden: het eiwittype, het koolhydraattype en daartussen het gemengde type. De eerste twee kennen allebei nog twee subtype. Dat wordt bepaald door de twee lichaamssystemen die de stofwisseling aansturen: het verbrandingssysteem en het autonome zenuwstelsel. Bij iedereen is steeds één van die twee systemen dominant. Het dominante systeem bepaalt wat – voor jouw lichaam – de juiste combinatie aan voedingsstoffen is. Door je voeding daarop af te stemmen, versterk je je eigen lichaam. Doe je dat niet, dan verzwak je het.

Elk stofwisselingstype vereist een andere combinatie aan koolhydraten, eiwitten en vetten. Zo zijn er mensen die het beter doen met meer eiwitten en weinig koolhydraten. Andere mensen kunnen beter meer koolhydraten eten en hebben minder eiwitten en vetten nodig. De verschillende stofwisselingstypes verwerken hun voeding op een andere manier. Dat is de reden waarom fruit bij de een verzuurde conditie oplevert, terwijl het bij een ander een basische conditie veroorzaakt. Dat is ook de reden waarom een proteïne dieet bij de één spectaculaire resultaten geeft en bij de ander geen gram gewichtsverlies geeft. En als we de lijn helemaal doortrekken, dient eveneens medicatie, suppletie, beweging, ontspanning, … aan je stofwisselingstype te worden aangepast.

Als het verbrandingssysteem dominant is

Wanneer koolhydraten in het verbrandingssysteem komen, werkt deze sneller en levert meer energie. Koolhydraten versnellen de energieproductie, maar leveren slechts korte tijd energie. Wanneer vetten het verbrandingssysteem binnenkomen, wordt het vertraagd, gaat langzamer lopen, maar zorgt langdurig voor energie. Dit mechanisme is in principe hetzelfde voor alle mensen.

Opmerking: koolhydraten versnellen, vetten vertragen de energieproductie.
Bij het verbrandingssysteem gaat het om de snelheid waarmee iemand zijn voeding omzet; dat kan dus langzamer of sneller gaan.

De langzame verbrander
De langzame verbrander heeft een trage verbrandingscyclus. Het eten van volkorenbrood, rijst en groenten is meer dan genoeg voor hem. De langzame verbrander houdt van lichte magere eiwitten zoals kipfilet, kabeljauw en kikkererwten. Als hij een dikke biefstuk consumeert, wordt hij lusteloos. Hij heeft daar ook geen behoefte aan.

De langzame verbrander is een van de koolhydraattypes en kan goed omgaan met voedsel dat rijk aan koolhydraten is en minder eiwitten en vetten bevat. Hij kan ook vegetarisch eten en peulvruchten zijn voor hem een volledige eiwitbron.

De snelle verbrander
Deze zet koolhydraten extreem snel om. Als hij alleen voor het ontbijt havermoutpap of volkorenbrood eet, wordt hij snel hongerig en onrustig. Altijd maar op zoek naar eten, omdat de koolhydraten niet voedend zijn. Op deze manier lukt het hem niet om af te vallen!
Het lijkt of deze mensen ‘ongedisciplineerd’ zijn, maar eigenlijk zijn ze doorlopend op zoek naar voedsel omdat ze niet goed gevoed zijn.
Uiteindelijk wordt hij moe, ziek en dik. Voor dit type is een dikke biefstuk met vette jus een gezonde rem. De biefstuk met vet vertraagt zijn cyclus.

De snelle verbrander is een eiwittype die tegen de huidige stroom van ‘gezonde voeding’ in gaat (veganistisch, vetvrij, veel groenten…).
Zijn ideale dieet bestaat uit veel dierlijke eiwitten zoals vlees, vis en eieren, relatief veel vet en weinig koolhydraten. Als hij dat eet, blijft hij gezond en slank.
Hij zal kalmeren en zich veel beter voelen, meer energie krijgen en kan eindelijk afvallen.
En dat met een biefstuk en veel vet!

Als het autonome zenuwstelsel dominant is

Het (ANZ) beheert de vitale functies van het lichaam, zoals ademhaling, regulatie van orgaanfuncties, spijsvertering en de stofwisseling. Twee belangrijke componenten van het autonome zenuwstelsel (ANZ) zijn het sympathische en het parasympathisch zenuwstelsel.

Het sympathische zenuwstelsel is verantwoordelijk voor de snelle reactie op omgevingsstimuli en de mobilisatie van het lichaam, we hebben het nodig om te “vechten of vluchten”. Het parasympathische zenuwstelsel zorgt voor tot rust komen van het lichaam en een goede spijsvertering. Idealiter houden het sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel elkaar in balans, maar er zijn veel mensen waarbij een van beide meer uitgesproken is.

Het sympathische type
Bij dit type reageert erg snel op alle externe gebeurtenissen. Daarom is hij vooral goed in sporten waar je snel moet winnen. Meestal zijn deze mensen stug en slank, willen bewegen, veilig en goed. Soms zijn ze ook ongeduldig, omdat ze geloven dat alle mensen even snel zijn als zij. In hun vrije tijd gaan ze van de ene activiteit naar de andere. Eten is secundair. Het sympathische type eet graag meerdere kleine porties per dag en niet te veel vlees. Koolhydraatrijke voeding bekomt hem het beste.

Parasympathische type
Dit type gaat heel steady door het leven, maar als hij in een stressvolle situatie komt, is het moeilijk voor hem om adrenaline vrij te maken en raakt hij overbelast. Dan geeft hij er de voorkeur aan om eerst niets te doen. Onder stress kan hij niet zo goed denken, dus neemt hij nooit te veel in één keer en duwt hij nieuwe dingen vaak voor zich uit. Maar als hij er doorheen is, helpt zijn uithoudingsvermogen hem zijn doel te bereiken.

Hij heeft geduld en toewijding, houdt van stevig eten, rood vlees, gebraden varkensvlees, leverworst, orgaanvlees, eieren, spek en boter en kan goed opschieten met twee maaltijden per dag. Hij houdt ook van pittig eten en koffie, omdat hij merkt dat beide zijn metabolisme stimuleren. Wanneer hij thuiskomt, maakt hij het zichzelf eerst gemakkelijk en kookt dan iets goeds. Mensen van het parasympathische type, zelfs als ze slank zijn, zijn vrij sterk of hebben een sterke botstructuur.

Als beide systemen in balans zijn

Het gebalanceerde type
Bij het gebalanceerde type zijn beide componenten van het verbrandingssysteem of van het AZN even sterk zijn. Gebalanceerde typen eten dus zowel van de koolhydraatrijke voedingsmiddelen als van de vet- en eiwitrijke voedingsmiddelen.

Eet volgens je type

Als je eet volgens je stofwisselingstype, kun je het vier tot vijf uur volhouden tussen de maaltijden zonder honger te hebben; snacks en tussendoortjes zijn dan geheel overbodig. Je zult ook meer fysieke energie en een heldere geest hebben en geen last van vermoeidheid, prikkelbaarheid en andere problemen die vaak optreden, als je niet eet volgens je genetisch gebaseerde behoeften.

Onnodig te zeggen dat je ook op de langere termijn tal van voordelen zult ervaren, waaronder het vermogen om af te vallen en op gewicht te blijven, versterkte immuniteit en uithoudingsvermogen, en het vermogen om vele soorten veelvoorkomende gezondheidsstoornissen te voorkomen, ongedaan te maken of sterk te verlichten.

Onderzoeksmethoden

Je kunt achter jouw stofwisseling komen door middel van vragenlijsten en door kinesiologisch testen.